Uitleg

Waarom kan één EU-land alles blokkeren?

Voor de meeste besluiten volstaat een meerderheid. Maar juist bij buitenlandbeleid en sancties moeten alle zevenentwintig landen het eens zijn — met voorspelbare gevolgen.

De Europese Unie neemt de meeste besluiten met een meerderheid. Voor een aantal onderwerpen geldt iets anders: daar moet élk land instemmen, en kan dus élk land tegenhouden. Dat is geen weeffout maar een bewuste keuze, en de prijs ervan wordt steeds zichtbaarder.

Waar unanimiteit geldt

De hoofdregel voor gewone wetgeving is de gekwalificeerde meerderheid: een voorstel is aangenomen als ongeveer vijfenvijftig procent van de lidstaten vóór is, mits die samen minstens vijfenzestig procent van de bevolking vertegenwoordigen. Daarmee kan een groot land niet in zijn eentje blokkeren.

Voor een aantal gevoelige terreinen geldt unanimiteit: buitenlands en veiligheidsbeleid, sancties, belastingen, de meerjarenbegroting en de toetreding van nieuwe lidstaten. De gedachte erachter is dat een land niet tegen zijn zin aan een buitenlandpolitieke verplichting kan worden gebonden. Het is, kortom, hetzelfde principe als het vetorecht in de VN-Veiligheidsraad, alleen dan met zevenentwintig vetohouders in plaats van vijf.

Waarom dat bij sancties extra kwetsbaar is

Omdat sancties aflopen. Ze worden voor een beperkte periode vastgesteld en moeten daarna telkens opnieuw worden verlengd — met unanimiteit. Elke verlenging is dus een nieuw moment waarop iedereen opnieuw ja moet zeggen, en dat maakt van een routinebesluit een terugkerend onderhandelingsmoment.

Het voorspelbare gevolg is koppelverkoop: een lidstaat die iets anders wil, kan zijn handtekening inhouden tot hij het krijgt. Dat is de afgelopen jaren herhaaldelijk gebeurd, en in september 2026 in scherpe vorm, toen twee landen de hele lijst met Ruslandsancties lieten aflopen tenzij twee namen eraf gingen. Een diplomaat noemde dat het einde van het sanctieregime — niet omdat de sancties verdwenen, maar omdat elke lidstaat nu weet wat de constructie waard is.

De nuchtere tegenlezing

Tegenstanders van afschaffing hebben een reëel punt. Unanimiteit dwingt tot compromissen die breder gedragen zijn, en beschermt kleine lidstaten tegen overstemming door de grote. Bovendien is buitenlandbeleid zonder draagvlak weinig waard: een sanctie die een land is opgelegd tegen zijn zin, wordt zelden streng gehandhaafd. De vraag is niet of de regel dom is, maar of de prijs ervan nog opweegt tegen het doel.

Wat betekent dit voor Nederland?

Nederland zit hier in een dubbele rol. Het heeft zelf baat bij unanimiteit op belastinggebied en in de begroting, waar het als netto-betaler een blokkademogelijkheid wil houden. Tegelijk is Nederland een van de consequentste voorstanders van scherpe sancties, en daar is diezelfde regel juist de zwakste schakel. Wie voor afschaffing pleit, moet zich realiseren dat het mes aan twee kanten snijdt.

Laatst bijgewerkt: september 2026