Briefing 2 juli 2026 — Rusland treft Kyiv met zwaarste aanval in maanden
Oekraïne — zwaarste aanval op Kyiv in maanden Iran — machtsstrijd om Hormuz verhardt NAVO — Amerikaanse gunsten tegen betaling
Achtergrond — de lopende trends
Oekraïne — luchtoorlog: de Oekraïense campagne tegen Russische raffinaderijen houdt aan; zo'n 30 procent van de Russische raffinagecapaciteit ligt stil en in 82 van de 83 regio's is brandstof op rantsoen.
Iran — Hormuz: sinds het einde van de oorlogsfase probeert Iran zijn feitelijke greep op de Straat van Hormuz om te zetten in erkende controle, met aanvallen op schepen en Amerikaanse bases als drukmiddel.
Europa — herbewapening: de Amerikaanse troepenreductie in Europa loopt door, terwijl Europese bondgenoten in twee jaar 250 miljard dollar extra aan defensie toezegden.
Rusland — binnenland: de oorlogsmoeheid in Rusland staat op recordhoogte en Poetins goedkeuringscijfer daalde in negen dagen van 74 naar 69 procent.
Oekraïne — zwaarste aanval op Kyiv in maanden
De oorlog wordt al maanden bepaald door een opvallende omkering: Oekraïne zet Rusland onder druk met droneaanvallen diep op Russisch grondgebied, terwijl het Russische grondoffensief vrijwel stilstaat. In juni veroverde Rusland gemiddeld nog maar één vierkante kilometer per dag, een fractie van het tempo van een jaar eerder, tegen extreem hoge verliezen.
In de nacht van 1 op 2 juli sloeg Rusland terug in de lucht: 570 drones en raketten, vooral gericht op Kyiv. Minstens 27 mensen kwamen om, ruim negentig raakten gewond. Woonblokken, een ambulancepost en een magazijn vol hulpgoederen werden geraakt; ook Odesa, Zaporizhzhia en de regio Dnipropetrovsk kregen treffers te verwerken.
Opvallend: juni was juist een stille maand, met maar twee grootschalige Russische aanvallen tegen vier tot zes per maand eerder dit jaar. Dat wijst er eerder op dat Moskou drones en raketten opspaarde voor geconcentreerde klappen dan dat de capaciteit afneemt. Wie op de grond niet wint, verplaatst de druk naar de lucht.
Wat dit betekent in de praktijk: Rusland kan het front niet vlot trekken en de aanvallen op zijn raffinaderijen niet stoppen; grootschalig luchtgeweld tegen steden is het drukmiddel dat overblijft. Voor Oekraïne betekent dit dat de luchtverdediging (en dus de westerse aanvoer van onderscheppingsraketten) opnieuw de kritieke schakel wordt, juist in de aanloop naar een mogelijke Russische mobilisatieronde na de verkiezingen van september.
Iran — de machtsstrijd om Hormuz verhardt
Sinds het formele einde van de oorlogsfase in juni probeert Iran zijn greep op de Straat van Hormuz, de zeestraat waar zo'n kwart van alle olie ter wereld doorheen moet, om te zetten in door anderen erkende controle. Schepen die de door Iran voorgeschreven route weigeren, zijn eerder al aangevallen.
Op 2 juli ging Teheran een stap verder: het hoogste operationele hoofdkwartier dreigde met een "beslissend en snel" antwoord op elke Amerikaanse inmenging en op elk schip dat buiten de Iraanse route vaart. Tegelijk eindigde in Doha de eerste onderhandelingsronde over de uitvoering van het staakt-het-vuren-akkoord zonder zichtbare vooruitgang; de gesprekken gaan pas verder na de begrafenis van de overleden opperste leider Khamenei op 9 juli. Washington waarschuwde dat Iraanse tolheffing "de hele overeenkomst kan opblazen". En er kwam een veelzeggend signaal uit Europa: meerdere Europese regeringen zouden er inmiddels van uitgaan dat enige vorm van Iraanse heffing onvermijdelijk is.
Daarmee verschuift het beeld: Iran wint terrein zonder te schieten. Hoe langer de patstelling duurt, hoe gewoner zijn verkeersschema wordt, en de Europese berusting is het eerste teken dat buitenstaanders die controle beginnen in te prijzen. De Verenigde Staten bouwen intussen aan een tegenwicht: in Bahrein kwamen militaire vertegenwoordigers van twaalf landen uit de regio bijeen, opvallend genoeg inclusief Syrië en Libanon.
Wat dit betekent in de praktijk: Zolang de status van Hormuz onbeslist blijft, blijft er een risicopremie zitten op olietransport uit de Golf. Dat merkt Nederland niet meteen aan de pomp, want de olieprijs staat rond het vooroorlogse niveau. Maar elke nieuwe aanval of heffing kan dat snel veranderen. De kernvraag voor de komende weken: accepteert Washington sluipende Iraanse controle, of zet het de overeenkomst op het spel om die te breken?
NAVO — Amerikaanse gunsten tegen betaling
De Amerikaanse troepenreductie in Europa is al maanden gaande: vijfduizend militairen minder in Duitsland, de uitbreiding in Polen gepauzeerd, de aanwezigheid in Litouwen onder de loep. Volgende week komen de NAVO-leiders bijeen in Ankara, waar Washington minimaal vijf procent van het bbp aan defensie-uitgaven eist.
De Amerikaanse NAVO-ambassadeur maakte op 2 juli expliciet hoe de VS die eis gaat handhaven: bondgenoten die meer uitgeven krijgen "voordelen" (meer toegang tot Amerikaanse leiders, voorrang bij wapenaankopen), en de herziening van de Amerikaanse troepenmacht in Europa wordt mede gebaseerd op wie hoeveel besteedt. President Trump is bovendien gebelgd over bondgenoten die tijdens de Iran-oorlog hun luchtruim of bases voor Amerikaanse vliegtuigen beperkten.
Daarmee wordt de collectieve veiligheidsgarantie stap voor stap transactioneel: bescherming naar rato van betaling en gehoorzaamheid. Dat is een wezenlijke verschuiving voor een bondgenootschap dat is gebouwd op het principe dat een aanval op één een aanval op allen is. Veelzeggend detail uit dezelfde dag: in Litouwen bepleiten regering en parlement het schrappen van het grondwettelijke verbod op buitenlandse bases en kernwapens op eigen bodem — uit angst anders "de zwakke schakel" van het bondgenootschap te worden.
Wat dit betekent in de praktijk: Voor Nederland en andere Europese landen wordt de rekensom van de NAVO-top er een van kosten én rangorde: wie achterblijft bij de vijf procent riskeert niet alleen kritiek, maar concreet minder Amerikaanse aanwezigheid en latere levering van wapens. De top in Ankara wordt zo een dubbele arena: onderhandelen over geld met Washington, en over politieke concessies met gastheer Erdoğan.
Verder in het kort
Noord-Amerika: De Verenigde Staten weigerden op 1 juli de zestienjarige verlenging van het handelsakkoord USMCA met Canada en Mexico te tekenen; de onderhandelingen lopen door en het akkoord blijft voorlopig tot 2036 van kracht.
Taiwan: Taiwan hield eind juni stafoefeningen die een Chinese maritieme "quarantaine" simuleerden, inclusief het scenario dat China schepen dwingt via Chinese douane te varen; president Lai gaf opdracht de weerbaarheid tegen zo'n blokkade te vergroten. Een Amerikaans wapenpakket van 14 miljard dollar voor Taiwan ligt intussen al sinds mei stil.
Japan/India: Japan en India kondigden hun eerste gezamenlijke defensieproject aan (communicatiesystemen voor marineschepen) en gaan nauwer samenwerken rond zeldzame aardmetalen en AI.
Israël: Premier Netanyahu zei de Amerikaanse financiële steun aan Israël vanaf dit jaar te willen afbouwen; hij vergeleek de hulp met "bijstand".
Nord Stream: Duitse aanklagers concludeerden volgens Duitse media dat de aanslag op de Nord Stream-pijpleidingen in 2022 in opdracht van Oekraïne gebeurde.
Verenigde Staten: OpenAI bespreekt met de regering-Trump een Amerikaans staatsbelang van vijf procent in het bedrijf, dat op 852 miljard dollar wordt gewaardeerd.