Rusland erkent voor het eerst brandstoftekort — terwijl Oekraïne zijn wapenfabrieken treft
Oekraïne heeft vorige week een nieuwe mijlpaal bereikt in zijn aanvalscampagne: Oekraïense kruisraketten troffen een Russische fabriek in Volgograd die onderdelen maakt voor de raketten waarmee Rusland zelf aanvalt — waaronder raketinstallaties voor Russische langeafstandsraketten. Het was een aanval diep in Ruslands achterland, op een doelwit dat moeilijk te vervangen is.
Het effect begint zichtbaar te worden. Poetin erkende voor het eerst publiekelijk dat Rusland te maken heeft met brandstoftekorten als gevolg van Oekraïense aanvallen op raffinaderijen. Hij noemde het "niet kritiek," maar dat hij het überhaupt zei — na maanden van ontkenning — zegt iets over de binnenlandse druk. Russische benzineproductie is een kwart lager dan een jaar geleden.
Tegelijkertijd riep Poetin de Belarussische president Loekasjenko naar Moskou. Wat ze bespraken, is niet openbaar — maar de meest waarschijnlijke interpretatie is dat Poetin toestemming heeft gevraagd voor het gebruik van Belarussisch grondgebied om een nieuw noordelijk front tegen Oekraïne te openen. Dat zou de frontlijn aanzienlijk verlengen. Of het een goed idee is voor Rusland is een andere vraag: Oekraïense droneaanvalscapaciteit is inmiddels sterk genoeg om geconcentreerde troepen ook op Belarussisch grondgebied te treffen, en het Oekraïense leger is vier jaar gevecht wijzer dan in 2022. Loekasjenko vloog daarna onmiddellijk naar Beijing — wat suggereert dat hij ook zelf zoekt naar steun of een uitweg.
Kortom: Rusland zoekt strategische alternatieven nu zijn economische kwetsbaarheid zichtbaar wordt. Maar de beschikbare opties brengen allemaal eigen risico's.
Iran beschiet Amerikaanse basis in Bahrein — en claimt het recht op de Straat van Hormuz
Het memorandum van overeenstemming tussen de VS en Iran is ondertekend, maar dat betekent niet dat de strijd in de Straat van Hormuz voorbij is. Iran heeft afgelopen weekend een droneaanval uitgevoerd op de Amerikaanse marinebasis in Bahrein en een Koeweits luchtmachtbasis. Een Iraans projectiel vernietigde een woongebouw in Bahrein. Eerder in het weekend waren al schepen aangevallen nabij Oman.
Tegelijkertijd maakten Iraanse ministers iets explicieter wat ze altijd al leken te bedoelen: Iran beschouwt zichzelf als de rechtmatige beheerder van de Straat van Hormuz — niet alleen om tolgelden te innen, maar als instrument van regionale macht. Dat is een fundamenteel andere claim dan wat het akkoord beschrijft.
De VS en de Golfstaten wijzen dit af. Oman — dat als bemiddelaar fungeert — verklaarde dat het geen verplichte heffingen wil. De gesprekken gaan gewoon door: de VS-onderhandelaars vlogen maandag naar Qatar voor overleg met Iran. Maar de kloof is duidelijk: de VS leest het akkoord als een verplichting voor Iran om de straat te heropenen; Iran leest het als bevestiging van zijn beheerrecht.
Kortom: Het akkoord heeft de oorlog gepauzeerd, maar de fundamentele vraag — wie de controle heeft over 's werelds belangrijkste energiedoorgang — is nog niet beantwoord. Die vraag bepaalt of de vrede duurzaam is.
Hoe de wereld een olieramp vermeed — en waarom het de volgende keer moeilijker wordt
Olieprijzen zijn terug op het niveau van vóór de oorlog, circa $70 per vat. Op het hoogtepunt kostte een vat bijna $125. Maar 20% van de wereldwijde olie- en vloeibaar-gasleveranties passeert normaal door de Straat van Hormuz. Waarom bleef de schok beheersbaar?
Vier mechanismen samen absorbeerden het grootste deel van het verlies. Saudi-Arabië en de Emiraten pompten meer olie via alternatieve pijplijnen. De Internationale Energieorganisatie coördineerde de grootste strategische reserve-uitgifte ooit. China — de grootste olie-importeur ter wereld — halveerde zijn aankopen op de wereldmarkt doordat het zijn eigen enorme voorraden aansprak. En energieverbruik in Azië daalde gewoon omdat bedrijven en consumenten minder konden betalen.
Maar het systeem heeft grenzen. De Amerikaanse strategische reserve staat nu op het laagste niveau in veertig jaar. Chinas voorraden zijn niet onuitputtelijk. Bij een tweede langdurige Hormuz-afsluiting zou de buffer veel sneller zijn uitgeput. India en andere landen reageren nu met plannen om hun reserves uit te breiden. De Hormuz-crisis heeft ook de interesse in elektrische auto's aangewakkerd — maar wereldwijd is slechts één op de twintig auto's elektrisch.
Kortom: De wereld had geluk dat vier dingen tegelijkertijd meezaten. Dat mag niet twee keer worden verwacht.