Briefing 7 augustus 2026 — Defensiepact in Mekka zonder de VS
Midden-Oosten — pact in Mekka Energie — de heropening die er geen is Rusland — de rekening gaat naar de kopers
Achtergrond — de lopende trends
Midden-Oosten — nieuwe veiligheidsarchitectuur: Sinds het begin van de Iran-oorlog in februari bouwen Turkije, Saoedi-Arabië, Pakistan en Egypte aan onderling verband, terwijl Washington zijn troepen in de Golf juist spreidt en verkleint.
Iran — Hormuz: De zeestraat is sinds februari grotendeels dicht. Iran onderhandelt met Oman over een regeling die het scheepvaartverkeer hervat, maar tot nu toe onder Iraanse voorwaarden.
Rusland — de olie-inkomsten: Oekraïense drones hebben de Russische raffinagecapaciteit met minstens een derde verlaagd, terwijl het Westen zoekt naar een manier om ook de export zelf te raken.
Verenigde Staten — de voorraden: Vijf maanden oorlog met Iran plus drie jaar leveringen aan Oekraïne hebben de Amerikaanse voorraden raketten en onderscheppers uitgedund, wat inmiddels het beleid stuurt in plaats van andersom.
Midden-Oosten — pact in Mekka
Sinds Iran in februari werd aangevallen door de Verenigde Staten en Israël, is Saoedi-Arabië herhaaldelijk geraakt: door Iran zelf, door de Houthi's in Jemen en door sjiitische milities in Irak. Dat heeft in Riyad een ongemakkelijke vraag opgeworpen die daar decennialang niet gesteld hoefde te worden: is de Amerikaanse veiligheidsgarantie nog betrouwbaar? De afgelopen weken tekende zich een antwoord af waarin regionale mogendheden (Turkije, Saoedi-Arabië, Pakistan, Egypte) elkaars veiligheid gaan dragen, met de VS op afstand als balanceerder.
Op vrijdag 7 augustus kreeg dat antwoord een handtekening. In Mekka ondertekenden de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman, de Turkse president Erdoğan en de Pakistaanse premier Shehbaz Sharif een gezamenlijk defensieverdrag. De tekst is ondubbelzinnig: een gewapende aanval op één van de drie staten geldt als een aanval op alle drie. Dat is dezelfde formule als artikel 5 van het NAVO-verdrag, maar dan buiten de NAVO om. Het akkoord heet het Mekka-defensieverdrag, is voorafgegaan door bijna een jaar onderhandelen, en bouwt voort op het bilaterale pact dat Pakistan en Saoedi-Arabië vorig jaar sloten. Sharif reisde een dag eerder af, samen met legerchef Asim Munir, en verrichtte de umrah-bedevaart.
Twee dingen verschuiven hierdoor. Ten eerste is dit geen verklaring meer maar verdragstekst, en dat maakt de Pakistaanse positie ongemakkelijk: Islamabad bemiddelt officieel in de onderhandelingen tussen Washington en Teheran, en heeft zich nu tegelijk verplicht een aanval op Saoedi-Arabië te behandelen als een aanval op zichzelf. Ten tweede ontbreekt Egypte, de vierde staat die analisten tot de kern rekenen. De vier ministers van Buitenlandse Zaken kwamen een dag eerder wél samen in Amman, maar dan over het Palestijnse dossier. Het blok opereert dus op twee sporen met verschillende deelnemers, wat iets zegt over hoe stevig het is.
Wat dit betekent in de praktijk: De Golfstaten organiseren hun veiligheid steeds minder via Washington en steeds meer onderling. Voor Europa is dat direct relevant, want dezelfde regio levert de olie en het gas waarvan de Europese economie afhangt, en een veiligheidsorde die zonder Amerikaanse regie tot stand komt, is er ook een waarin Europese belangen minder vanzelfsprekend meewegen. De harde test komt bij de eerste volgende Iraanse of Houthi-aanval op Saoedisch gebied: dan blijkt of Turkije en Pakistan werkelijk in actie komen, of dat het verdrag vooral een politiek signaal was.
Energie — de heropening die er geen is
De Straat van Hormuz is sinds februari grotendeels gesloten. Door die zeestraat gaat normaal ongeveer een vijfde van alle olie ter wereld. Iran en Oman onderhandelen al weken over een regeling die het verkeer hervat, en begin deze week klonk Washington optimistisch: de olieprijs zakte er zo'n 8 procent op.
Dat optimisme hield één dag stand. Iraanse functionarissen lieten op 6 augustus weten dat de regeling met Oman de zeestraat níét volledig zal heropenen. Brent-olie steeg daarop meteen ruim 4 procent, tot boven de 82 dollar per vat. De vorm van de afspraak is inmiddels bekend: binnenvarende schepen gaan door Iraanse territoriale wateren, uitvarende schepen door Omaanse. Dat legt de Iraanse controle over de doorvaart formeel vast, precies wat de oorlog had moeten voorkomen. Een Amerikaanse functionaris reageerde categorisch: tijdelijke routes komen er zonder goedkeuringen, zonder vergunningen en zonder tolgelden, want Hormuz is een internationale zeeweg en niemand beheerst de vaarstroken.
Zelfs een volledige heropening lost het probleem inmiddels niet meer op. Het verschil tussen de prijs van ruwe olie en die van diesel is opgelopen tot ongeveer 70 dollar per vat, dicht bij het record van 90 dollar van vorige week. Die kloof ontstaat niet door een tekort aan olie maar door een tekort aan raffinaderijen die olie tot brandstof verwerken. En dat is het hardnekkiger deel van de crisis: een diplomatiek akkoord kan de olietoevoer herstellen, maar bouwt geen raffinagecapaciteit. Daar komt bij dat de Russische raffinagecapaciteit onder de Oekraïense dronecampagne met minstens een derde is gedaald, en dat de landen die normaal zouden bijspringen (Saoedi-Arabië, Guyana, Brazilië, Canada) óf kwetsbaar zijn voor aanvallen óf slechts kleine hoeveelheden kunnen toevoegen.
Wat dit betekent in de praktijk: Wie hoopte dat een akkoord over Hormuz de brandstofprijzen omlaag zou brengen, kijkt naar het verkeerde deel van de keten. Diesel en kerosine — de brandstoffen van vrachtvervoer, landbouw en luchtvaart — worden bepaald door raffinagecapaciteit, en die is wereldwijd schaars geworden en groeit niet op korte termijn. De prijs aan de pomp en de kosten van alles wat vervoerd moet worden, blijven dus hoog, ook als het nieuws uit Teheran meevalt.
Rusland — de rekening gaat naar de kopers
Al ruim drie jaar loopt het Westen tegen dezelfde grens aan: sancties op Russische olie werken maar half zolang China, India en Turkije blijven kopen. Rusland verkoopt met korting, de inkomsten dalen minder dan gehoopt, en de oorlogseconomie draait door. Oekraïense drones hebben inmiddels meer schade aan de Russische energiesector aangericht dan het sanctieregime, maar aan de exportkant bleef het lek open.
Op 7 augustus nam de Amerikaanse Senaat een wet aan die het lek van de andere kant probeert te dichten. De Lindsey O. Graham Sanctioning Russia Act legt invoerheffingen van 100 procent op Amerikaanse import uit de vijf grootste afnemers van Russische ruwe olie en aardgas, en geeft de president ruimte om te bepalen hoe hij die toepast. De stemming was 87 tegen 11. De wet is vernoemd naar de Republikeinse senator die haar jarenlang bepleitte en vorige maand overleed. Het Huis van Afgevaardigden moet nog stemmen; de president heeft steun toegezegd, net als voorzitter Mike Johnson, maar een deel van de Democraten verzet zich juist omdat de wet deze president nóg meer bevoegdheid geeft om heffingen op te leggen.
Het opvallende aan dit instrument is waar het landt. Het straft Rusland niet rechtstreeks, maar belast Amerikaanse import uit landen die Russische energie kopen — China en India voorop. Daarmee raakt een maatregel tegen Moskou precies de twee betrekkingen die Washington dit jaar met de meeste zorg heeft gemanaged: de moeizame toenadering tot Peking, en de handelsbesprekingen met New Delhi.
Wat dit betekent in de praktijk: Als het Huis meegaat, wordt de Russische olieverkoop een handelsconflict met Azië. Voor Europa is dat een tweesnijdend zwaard: minder Russische exportinkomsten drukken op Poetins vermogen om de oorlog te financieren, maar een nieuw heffingsconflict tussen de VS, China en India duwt de wereldwijde energieprijzen en de kosten van geïmporteerde goederen omhoog, en Europese consumenten betalen daaraan mee zonder aan tafel te zitten.
Verder in het kort
Irak: Iraanse milities stelden een aanval op Saoedi-Arabië uit die volgens Iraakse inlichtingen binnen 48 uur zou plaatsvinden. Bemiddeling door Badr-leider Hadi al-Ameri hield hem tegen; volgens een hoge Saoedische functionaris was de aanval afgestemd met de Iraanse Revolutionaire Garde en de Houthi's, en konden ook energie-installaties doelwit zijn.
Iran: Vijf maanden oorlog hebben het Iraanse kernprogramma vertraagd maar niet gestopt. Omdat Iran VN-inspecteurs weert bij zijn gevoeligste installaties, is onbekend waar het hoogverrijkte materiaal ligt; volgens diezelfde inspecteurs is er genoeg over voor mogelijk tien kernwapens.
Spanje: De massale grensoversteek naar de enclave Ceuta van 30 juli betrof ongeveer 72.000 mensen, van wie er zo'n honderd omkwamen. De aanleiding was vermoedelijk desinformatie over een Spaanse rechterlijke uitspraak; waarom de Marokkaanse grensbewaking het niet kon tegenhouden, is niet opgehelderd.
Japan: Tokio testte op 29 juli een Tomahawk-kruisraket vanaf de torpedobootjager Chokai. Het wapen heeft een bereik van 1.600 kilometer en kan vanaf Japanse wateren Chinees grondgebied raken. Japan heeft er 400 besteld.
NAVO: Amerikaanse inlichtingendiensten houden er nu rekening mee dat Poetin binnen enkele jaren de NAVO test met een beperkte aanval op een lidstaat, van een cyberaanval tot een kleine landinval. De eerdere inschatting was dat hij dat niet zou riskeren zolang hij in Oekraïne vastzit.