Briefing 6 augustus 2026 — Iran krijgt de zeestraat op papier
Hormuz — het akkoord dat Iran meer geeft Oorlog — beide kanten kopen zich in Europa — rivieren als stroomprobleem
Achtergrond — de lopende trends
Iran — de strijd om de zeestraat: sinds februari gaat de oorlog in de kern over wie bepaalt wat er door de Straat van Hormuz vaart, en Teheran heeft die greep tot nu toe niet losgelaten.
Oekraïne — het gat in de luchtverdediging: Rusland vuurt steeds meer ballistische raketten af, precies het wapen waar Oekraïne de onderscheppingsraketten voor mist.
Rusland — de raffinaderijen onder vuur: Oekraïense drones raken al maanden de Russische olieverwerking, en de brandstoftekorten die daaruit voortkomen zijn niet meer weg te managen.
Europa — het water als knelpunt: lage rivierstanden leggen kerncentrales stil en maken de binnenvaart duurder, in een zomer waarin ook de gasvoorraden achterlopen.
Het akkoord over de zeestraat geeft Iran meer dan het vóór de oorlog had
De oorlog met Iran draait sinds februari om één vraag: wie bepaalt wat er door de Straat van Hormuz vaart. Ongeveer een vijfde van alle verhandelde olie en gas passeert die doorgang. Washington voert de oorlog mede om te voorkomen dat Teheran daar zeggenschap over krijgt, en de afgelopen weken werd onderhandeld over een regeling waarbij inkomende schepen door Iraans water varen en uitgaande schepen door Omaans water, uitdrukkelijk zonder tolgeld.
Woensdag meldde Iran dat het met Oman een akkoord heeft bereikt over de details van een vaarroute door de zeestraat. Uit de beschrijving van dat concept blijkt iets anders dan een heropening op Amerikaanse voorwaarden. Volgens de Amerikaanse denktank die de oorlog dagelijks volgt, zou de regeling Iran een grótere rol geven bij het beheersen van het verkeer dan het vóór de oorlog had. Inkomende schepen varen door Iraans water. Uitgaande schepen gebruiken zestig dagen lang een route door Omaans water "in coördinatie met Iran", zolang de zeemijnen worden geruimd. De Iraanse onderminister van Buitenlandse Zaken Kazem Gharibabadi voegde daar woensdag aan toe dat schepen ook op een deel van hun uitgaande reis door Iraans water zullen varen, en dat de nieuwe regeling beide bestaande tijdelijke routes vervangt: de door Washington gefaciliteerde zuidelijke route én de route door Iraans water waar Iran schepen de afgelopen maanden met geweld naartoe dwong. Als dat klopt, blijft er geen niet-Iraanse optie over. De olieprijs bleef op het vooruitzicht onder de tachtig dollar: Brent sloot woensdag 0,1 procent hoger op 79,70 dollar.
Of Teheran werkelijk heeft getekend is onduidelijk, en die onduidelijkheid is zelf het nieuws. Eén persbureau meldde dinsdag dat de Iraanse leiding het akkoord had goedgekeurd; twee regionale functionarissen zeiden woensdag tegen een ander persbureau dat hoogste leider Mojtaba Khamenei dat níét heeft gedaan. Binnen het regime staan drie stromingen tegenover elkaar. Een harde vleugel rond de Revolutionaire Garde steunt onderhandelingen maar wijst elke beperking van de Iraanse controle af. Een pragmatische groep rond president Pezeshkian en minister Araghchi wil inleveren om de economische druk te verlichten. Een uiterst behoudende factie wil helemaal niet met Washington praten. Het beslissende punt is wat ze delen: alle drie vinden dat Iran zeggenschap over de zeestraat moet houden, en hun onenigheid gaat over de prijs en niet over het beginsel. De Revolutionaire Garde zat opnieuw niet aan tafel, wat minder op zwakte wijst dan op de zekerheid dat de uitkomst haar ondergrens niet raakt.
Wat dit betekent in de praktijk: Een heropening van de zeestraat en Iraanse zeggenschap over de doorvaart sluiten elkaar niet uit, en dat is precies de constructie die nu op tafel ligt. Voor de olieprijs is dat op korte termijn goed nieuws, en Washington heeft daar haast bij: in november zijn er tussentijdse verkiezingen en de Amerikaanse dieselprijs ligt sinds het aantreden van Trump hoger dan onder zijn voorganger. De rekening verschuift daarmee naar een post die trager beweegt en langer blijft hangen, namelijk de verzekeringspremies voor de scheepvaart. Wie door een zeestraat vaart waar één land bepaalt welk schip erlangs mag, betaalt daar een risico-opslag voor, ook als er geen schot valt. Die opslag komt uiteindelijk terecht in de brandstofprijs en in de prijs van alles wat over zee wordt aangevoerd. En er zit een tweede rekening aan vast. Als deze regeling de norm wordt, is de belangrijkste uitkomst van vijf maanden oorlog dat Iran de doorgang die het wilde beheersen voortaan met een handtekening beheerst.
Beide legers raken precies wat de ander niet kan verdedigen
Sinds het voorjaar slaan beide partijen in Oekraïne toe waar de ander geen antwoord heeft. Rusland verschoof zijn aanvallen naar ballistische raketten, het enige type waartegen vrijwel alleen het Amerikaanse Patriot-systeem werkt en waarvoor Oekraïne te weinig raketten heeft. Oekraïne richt zijn drones op Russische raffinaderijen, honderden kilometers achter het front, waar de Russische luchtafweer dun is. Deze week werd duidelijk dat beide kanten dat probleem op dezelfde manier oplossen: door in te kopen wat ze zelf niet kunnen maken.
President Zelensky zei woensdag dat bondgenoten dit jaar nog maar een derde van het aantal luchtverdedigingsraketten hebben geleverd dat Oekraïne in 2025 kreeg. Dat geldt volgens hem voor de hele eerste helft van 2026 en niet alleen voor de zomer, en de oorzaak ligt in de oorlog in het Midden-Oosten. Hij sloot daarbij niet uit dat de haperende leveringen bedoeld zijn om Oekraïne "meegaander te maken bij het sluiten van compromissen" in vredesbesprekingen. Tegelijk waarschuwde hij dat Moskou zijn productie van ballistische raketten opvoert met het oog op de winter, wanneer een nieuwe campagne tegen de energievoorziening wordt verwacht. Rusland vult zijn voorraad intussen van buiten aan: een Noord-Koreaanse raketeenheid van ongeveer negentig militairen wordt verplaatst naar de regio Voronezj, met tot 120 ballistische raketten en zes lanceerinrichtingen. Volgens de Amerikaanse oorlogsdenktank stelt die aanvoer Rusland in staat zijn ballistische aanvallen op te voeren zonder de eigen schaarse voorraden aan te spreken.
Aan de Russische kant werd woensdag zichtbaar wat de Oekraïense campagne kost. Poetin verving de commandanten die verantwoordelijk zijn voor de militaire logistiek en voor de Russische drone-eenheden, en de denktank legt die wisseling uitdrukkelijk naast de Oekraïense aanvallen diep in Rusland die deze diensten niet hebben kunnen tegenhouden. Een dag later ging die campagne gewoon door: Oekraïense drones troffen twee raffinaderijen, waaronder die in Jaroslavl, zo'n 250 kilometer ten noordoosten van Moskou, waar de gouverneur brand in de opslagtanks bevestigde en sprak van de grootste drone-aanval op zijn regio tot nu toe. De gevolgen zijn inmiddels afleesbaar aan de bevoorrading in plaats van aan de fabrieken. Wit-Rusland exporteerde in juli een recordhoeveelheid benzine naar Rusland, dertien procent meer dan in juni, en de dieselleveringen verdubbelden. En de Russische regering besloot woensdag de productie, invoer en verkoop van benzine van lagere kwaliteit toe te staan tot 1 juli 2027. Dat laatste is het scherpste cijfer van de dag. Een regering die slechtere brandstof legaliseert voor elf maanden, gaat er zelf van uit dat het tekort tot ver in 2027 duurt.
Wat dit betekent in de praktijk: Beide legers zijn afhankelijk geworden van leveranciers buiten hun eigen industrie, en daar zit het verschil. De Russische aanvoer komt aan, de Oekraïense niet. Voor Europa is dat geen ver-van-mijn-bedshow, want de Oekraïense tekorten ontstaan doordat dezelfde fabrieken twee oorlogen tegelijk moeten bedienen. Wie de Nederlandse defensie-uitgaven volgt, ziet daar de kern van het najaarsdebat: het knelpunt is niet het budget maar de plaats in de rij bij de producent. Het Russische besluit over de brandstof geeft bovendien een tijdlijn waar geen enkele westerse inschatting aan komt. Moskou zegt met een decreet dat het de schade aan zijn raffinaderijen tot medio 2027 verwacht mee te dragen. Dat is tegelijk een bevestiging dat de Oekraïense campagne werkt en een waarschuwing dat ze de oorlog niet binnen dat jaar beëindigt.
Roemenië laat schepen zinken in de Donau om één reactor draaiende te houden
Europa ontdekt deze zomer hoezeer zijn stroomvoorziening van rivierwater afhangt. Kerncentrales gebruiken dat water om te koelen, en bij lage standen moeten ze terugschakelen of stoppen. Begin augustus riep Roemenië een maand noodtoestand uit en legde Hongarije zijn enige kerncentrale voor het eerst in 44 jaar stil.
Donderdag ging het een stap verder. Roemenië bereidde zich voor om vier met steen gevulde schepen in de Donau tot zinken te brengen, om zo water naar zijn laatste werkende reactor te leiden en een paar dagen extra bedrijfstijd te kopen. Hongarije doofde 's nachts de verlichting van alle staatsgebouwen, waaronder het parlement, het grootste deel van de burcht van Boeda en de Kettingbrug. Italië zette al zijn grote steden op het hoogste niveau van gezondheidsalarm, van Palermo tot Bolzano. Op de Rijn varen schepen nog altijd maar half geladen, wat de vrachtkosten opdrijft voor graan, mineralen, kolen en olieproducten. De Europese Commissie gaat lidstaten aansporen meer uit te geven aan het voorkomen van bosbranden; de schade van deze zomer wordt inmiddels op meer dan vijftien miljard euro geschat.
De verandering zit in de aard van de maatregelen. Drie dagen geleden liet Roemenië nog een rotspunt opblazen om koelwater om te leiden, nu laat het schepen zinken in een vaarroute. Dat is geen noodgreep meer maar waterbouw, uitgevoerd in de wetenschap dat het probleem terugkomt. Hongarije is van het voorbereiden van stroomrantsoenering overgegaan naar het uitzetten van de verlichting op het parlementsgebouw. Twee regeringen die binnen één week fysieke werken aanleggen om één reactor draaiende te houden, zeggen meer over de aard van dit probleem dan welke verklaring ook.
Wat dit betekent in de praktijk: Europa krijgt er een energieprobleem bij waarvoor het niet heeft begroot, en het treft juist de opwekking die het minst CO2 uitstoot. Kernenergie en waterkracht zijn dragende pijlers onder de Europese klimaatplannen, en ze blijken afhankelijk van precies het klimaat dat die plannen moeten beteugelen. Voor Nederland loopt de verbinding via de Rijn en niet via de Donau, en daar is het probleem geen stroom maar vracht: half geladen binnenvaartschepen maken de aanvoer van brandstof, graan en grondstoffen duurder, en dat werkt met vertraging door in de energierekening en de voedselprijzen. Er komt bovendien iets bij. Het Qatarese vloeibaar gas dat Europa als vervanging voor Russische leveringen kocht, ligt door de oorlog met Iran deels stil, en de Amerikaanse gasuitvoer groeit volgens energieanalisten niet langer mee omdat de eigen elektriciteitsvraag stijgt. Een winter met krappe gasvoorraden en een zomer met haperende kerncentrales maken samen het politieke argument tegen Russisch pijpleidinggas in december een stuk moeilijker vol te houden dan het in juni was.
Verder in het kort
Congo: De regering van de Democratische Republiek Congo verbiedt de uitvoer van koper- en kobaltconcentraat, om de verwerking het land in te dwingen en een groter deel van de opbrengst binnen te houden. Congo is de grootste kobaltleverancier ter wereld, en het concentraat gaat vooral naar Chinese raffinaderijen, zodat de maatregel eerder Peking dan het Westen raakt.
Duitsland: Op de luchthaven Leipzig/Halle is een drone met explosieven gevonden. De luchthaven bedient Oekraïense en NAVO-toestellen en is een groot logistiek knooppunt; de minister van Binnenlandse Zaken spreekt van een mogelijke daad van "buitenlandse mogendheden", weken voor deelstaatverkiezingen waarin de AfD voor het eerst aan de macht zou kunnen komen.
Cuba: De CIA heeft een geheime werkgroep opgezet om de druk op de Cubaanse regering op te voeren en verdeeldheid binnen de politieke elite te zaaien, met onder meer analisten, cyberspecialisten en officieren voor verdekte beïnvloeding. Dat maakt van losse druk een programma met een begroting en een bezetting.
Midden-Oosten: De ministers van Buitenlandse Zaken van Egypte, Pakistan, Saoedi-Arabië en Turkije spraken in Amman opnieuw hun steun uit voor een onafhankelijke Palestijnse staat. Het viertal dat in Amerikaanse plannen de regionale veiligheid moet gaan dragen, komt hier als groep bijeen over het Palestijnse dossier.
Kunstmatige intelligentie: Demis Hassabis stapt op als topman van Google DeepMind en wordt opgevolgd door zijn voormalige rechterhand, met een lagere titel, wat wijst op verdere inlijving bij Google. Het beurshuis Citadel verdiende intussen miljarden door in één dag de aandelenportefeuille over te nemen van een zwaar geleend AI-fonds dat in juli omviel.