Dagelijkse briefing

Briefing 27 september 2026 — Het front staat stil, Moskou verlegt de oorlog naar de lucht

In drie dossiers zegt het gekozen instrument meer dan het resultaat: Russische drones, luchtaanvallen op de Houthi's en Indiase arbeidsmigratie als macro-economisch beleid.

zondag 27 september 2026  ·  7 min read

Oekraïne — het luchtverdedigingstekort: Kyiv houdt ruim negentig procent van de propellerdrones tegen, en van de nieuwe straalaangedreven types een veel kleiner deel, terwijl de voorraad onderscheppingsraketten tegen ballistische aanvallen krap blijft.

Jemen — de zeeblokkade: de Houthi's beheersen sinds half september de toegang tot de zuidelijke Rode Zee, en Saoedi-Arabië en de erkende Jemenitische regering proberen dat met luchtaanvallen terug te draaien.

India — het arbeidsoverschot: Delhi gebruikt arbeidsmigratie als ventiel voor een economie die te weinig passend werk oplevert, en heeft er inmiddels een macro-economisch belang bij.

Verenigd Koninkrijk — de begrotingsklem: de regering-Burnham moet een gat in de overheidsfinanciën dichten zonder de belofte van meer publieke investeringen op te geven.

Oekraïne — het front staat stil, Moskou verlegt de oorlog naar de lucht

Drie winters achter elkaar probeerde Rusland Oekraïne met aanvallen op de energievoorziening en andere infrastructuur naar de onderhandelingstafel te dwingen, en drie winters achter elkaar bleef de landoorlog het hoofdinstrument. Die verhouding is dit jaar omgeslagen. Het front levert sinds de zomer vrijwel geen netto terreinwinst meer op, terwijl de aanvallen uit de lucht in aantal toenemen en van soort veranderen.

Op 27 september noemde een vooraanstaande Kremlingezinde militaire blogger de frontlijn "statisch", wat in die kring een opmerkelijke toegeving is, en drong hij er bij Moskou op aan de aanvalscampagne op te voeren zolang de middelen ruim zijn. Hij schreef er ook bij waartoe die campagne moet dienen: een gecombineerde inzet van ballistische raketten en straalaangedreven drones waarmee Oekraïne in de winter van 2026-2027 tot capitulatie moet worden gedwongen. Twee dagen eerder zei Poetin dat Oekraïne de Russische "vergeldingsaanvallen" "moet voelen". In de nacht van 26 op 27 september werden vooral straalaangedreven drones van het type Geran-5 op Odesa, Mykolajiv en Kyiv afgevuurd.

Het nieuwe zit niet in de campagne maar in de rekensom die de blogger er zelf bij maakt. Hij waarschuwt dat een strategie die zwaar op langeafstandsaanvallen leunt duur is, dat Oekraïne zijn eigen aanvallen op Rusland eveneens opvoert, en dat de kosten het effect kunnen overtreffen als de campagne te lang duurt. Amerikaanse militaire analisten lezen daarin een poging Oekraïne vóór het voorjaar van 2027 te doen instorten, en verwachten geen serieuze onderhandelingen zolang die poging voortduurt.

Daarmee wordt de winter een begrensde proef in plaats van een open eindstrijd. Er zijn drie variabelen die de uitkomst bepalen en die alle drie te volgen zijn. De eerste is het bedrag dat Rusland in de productie van straalaangedreven drones steekt: Zelensky noemde op 26 september twaalf miljard dollar. De tweede is het Oekraïense onderscheppingspercentage, dat volgens hem bij deze drones 55 procent is, ruim 1.500 van de 2.730 drones die Rusland deze maand tot dan toe had ingezet, tegenover meer dan negentig procent bij de oudere propellerversies. De derde is het moment waarop Oekraïne zijn eigen onderscheppingsdrones in serieproductie heeft: Kyrylo Boedanov, hoofd van het presidentiële bureau, zei op 27 september dat prototypes onder gevechtsomstandigheden worden getest en dat massaal gebruik binnen enkele maanden kan beginnen. Of dat programma op tijd kan worden opgeschaald, is de onbekende in de reeks.

Wat dit betekent in de praktijk: De Nederlandse inzet in dit dossier zit in luchtverdediging, en een campagne van deze aard maakt die inzet ingewikkelder in plaats van groter. Grote aantallen goedkope drones en een kleiner aantal ballistische raketten vragen twee verschillende antwoorden: massa tegen massa, en dure onderscheppingsraketten tegen het deel dat daar niet mee te stoppen is. Het eerste levert Oekraïne nu zelf; het tweede komt uit Amerikaanse en Europese voorraden die ook voor de Golfregio beschikbaar moeten blijven. De vraag voor Den Haag is dus niet of er meer geld naar Oekraïense luchtverdediging gaat, maar aan welk van die twee sporen dat geld wordt besteed. En er zit een termijn aan: als de Oekraïense onderscheppingsdrones inderdaad binnen enkele maanden in serieproductie komen, is dit de laatste winter waarin het gat volledig met geïmporteerd materieel gedicht moet worden.

Jemen — de tegenaanval wordt in operaties geteld, niet in terrein

De Houthi's kregen half september de toegang tot de zuidelijke Rode Zee volledig in hun greep, en Saoedi-Arabië en de internationaal erkende Jemenitische regering proberen dat sindsdien met luchtaanvallen terug te draaien. Hoeveel die campagne oplevert, is moeilijk vast te stellen. De resultaten worden namelijk in aantallen operaties gepresenteerd en niet in terrein.

Op 27 september maakte het Jemenitische regeringsleger bekend dat het sinds 24 september op meerdere fronten 756 "operaties" had uitgevoerd tegen troepenversterkingen en materieel van de Houthi's, en dat daarbij vier Iraanse drone- en raketspecialisten in de provincie Taiz zouden zijn omgekomen. Die laatste bewering is de opvallendste, want ze maakt van de Iraanse rol in Jemen iets anders dan een leveringsrelatie. Saoedische en Jemenitische regeringseenheden bombardeerden op 27 september Houthi-stellingen ten oosten van de stad Taiz, en een dag eerder onder meer het Houthi-kamp Istiqbal bij Mawiyah. Een journalist in Marib meldde aanvallen op depots met voedsel voor Houthi-eenheden ten oosten van Taiz, en de dood van Nour al-Din al-Marani. Al-Marani was plaatsvervangend gouverneur van Taiz, verantwoordelijk voor defensie en veiligheid, en tweede man van het vierde militaire district van de Houthi's.

Ondertussen bewegen de Houthi's de andere kant op. Zij brachten half september versterkingen uit de provincie Ibb naar al-Hawban, net buiten Taiz, en Amerikaanse militaire analisten zien in die opstelling de voorbereiding van een aanval op de stad zelf. De weg weegt daarbij zwaarder dan de stad. De belangrijkste verbindingsroute tussen Taiz en Aden ligt onder vuur van de Houthi's, en wie die route beheerst, houdt de regeringstroepen in Taiz ingesloten. Verder naar het zuiden voerden de Zuidelijke Reuzenbrigades op 27 september een droneaanval uit bij Jabal Kahboeb, ongeveer dertig kilometer ten noorden van de Houthi-stellingen aan de zeestraat. Alle genoemde verliezen aan Houthi-zijde zijn opgaven van één partij in het conflict en zijn niet onafhankelijk vastgesteld.

Wat dit betekent in de praktijk: Voor Nederlandse verladers en verzekeraars is de vraag niet wie Taiz houdt, maar of de zeestraat nog veel langer gestremd blijft. Zolang de erkende regering haar campagne in operaties meet, is er geen aanwijzing dat de Houthi's van de kust worden verdreven en de blokkade wordt opgeheven. Blijft de blokkade staan, dan blijft het omvaren via Kaap de Goede Hoop de rekening bepalen: langere vaartijden, meer schepen voor dezelfde vracht en verzekeringspremies die op het risico van vandaag zijn gebaseerd. Wat er nu bij komt, is een tweede reden waarom dat zo blijft. Raakt Taiz ingesloten, dan verliest Saoedi-Arabië de partner die de druk aan land zou moeten uitoefenen, en dan is er geen spoor meer over waarlangs de zeestraat zonder een eigen grondoperatie kan worden heroverd.

India — Delhi exporteert arbeid, en de rijke landen maken dat duurder

Over de "China-schok" bestaat inmiddels een bibliotheek: een land met een enorm productieoverschot brengt dat op de wereldmarkt, en de wereldmarkt sluit na twintig jaar de deur. India heeft een vergelijkbaar overschot, maar het bestaat niet uit goederen. Het bestaat uit mensen.

De Financial Times werkte die vergelijking op 27 september uit. Indiase opleidingen leveren jaarlijks ongeveer vijf miljoen hoger opgeleiden af en er komt elke maand een miljoen mensen bij op de arbeidsmarkt, terwijl de economie ondanks hoge groei niet genoeg passend werk creëert. Geen enkel land ter wereld heeft meer burgers in het buitenland: naar schatting 18,5 miljoen Indiase burgers woonden in 2024 buiten India, de meesten in de Angelsaksische landen of de Verenigde Arabische Emiraten. Minister van Buitenlandse Zaken Jaishankar zei recent dat India met 26 landen afspraken over arbeidsmobiliteit heeft gesloten en dat er meer in voorbereiding zijn. Ook ligt er een wetsvoorstel dat de toegang tot de "mondiale werkvloer" moet verruimen.

Wat het model oplevert, staat inmiddels in de nationale rekeningen. India ontving vorig jaar ongeveer 150 miljard dollar aan overmakingen van migranten, drie procent van het bruto binnenlands product en de grootste instroom ter wereld. Deze zomer haalden Indiase banken meer dan vijftig miljard dollar op door de diaspora ertoe te bewegen spaargeld naar India over te maken, als onderdeel van maatregelen om de roepie te steunen. Daarnaast werkt de uitstroom als veiligheidsventiel: wie geen goede baan vindt en vertrekt, protesteert niet. Er is ook een keerzijde. In één schatting loopt het verlies aan talent op tot 35 à 50 miljard dollar per jaar, deels door gemiste productiviteitsgroei, en een groot deel van de vertrekkers komt niet terug.

En nu wordt de ontvangende kant een politieke kwestie. Trump heeft de kosten van het Amerikaanse H-1B-visum verhoogd en de controle erop verscherpt; het overgrote deel van de toekenningen ging het afgelopen decennium naar Indiase burgers. In Australië, waar Indiase migranten inmiddels de Britse groep hebben voorbijgestreefd als grootste in het buitenland geboren bevolkingsgroep, werden zij vorig jaar op de "March for Australia"-demonstraties expliciet als doelwit genoemd. Deze maand werd de Republikeinse kandidaat voor een zetel in het Texaanse toezichtsorgaan voor olie en gas van racisme beschuldigd, na een bericht op sociale media over Zuid-Aziatische studenten. De conclusie van de krant is symmetrisch: in China ontbreekt het aan consumentenvertrouwen, in India aan banen, en geen van beide kan zich met export uit een binnenlands probleem redden.

Wat dit betekent in de praktijk: Nederland zit aan de vragende kant van deze markt, en dat is een andere positie dan de Nederlandse discussie suggereert. De tekorten in de techniek, de zorg en de ICT worden voor een deel gevuld door dezelfde groep voor wie Washington en Canberra nu drempels opwerpen, en elke drempel daar verlegt de stroom naar de landen die er geen opwerpen. Voor werkgevers is dat op korte termijn goed nieuws, voor de woningmarkt niet. De Indiase kant van de rekening is voor Den Haag relevanter dan ze lijkt: zolang toegang tot buitenlandse arbeidsmarkten een kernbelang van Delhi is, is het ook een onderhandelingspunt in elk handelsgesprek met de Europese Unie, en dan gaat een akkoord niet alleen over goederen en tarieven maar ook over visa.


Verder in het kort

Verenigd Koninkrijk: Labour opende op 27 september zijn partijcongres in Liverpool, waar premier Andy Burnham voor het eerst in die functie de partij zal toespreken. Minister van Financiën John Healey spreekt maandag 28 september en kondigt dan naar verwachting in grote lijnen zijn najaarsbegroting aan, die op 28 oktober komt. De politieke vraag van de week is of Burnham meer te bieden heeft dan zijn tienjarenplan; genoemd worden een route naar hernationalisatie van waterbedrijf Thames Water en een werkbare aanpak voor de bouw van sociale huurwoningen. Aan het eind van de week spreekt Zack Polanski van de Groenen in Brighton, een week voor de verkiezing waarin hij kandidaat is in het oude kiesdistrict van Keir Starmer.

Canada: De aanvullende Amerikaanse sancties tegen Canada gaan op dinsdag 29 september in. Daarmee krijgt het mislukken van meer dan een jaar onderhandelen tussen twee landen met een bestaand handelsverdrag een concrete datum, en dat is het signaal dat andere middelgrote economieën oppikken: een duurzame regeling valt niet af te dwingen, ook niet als je al een verdrag hebt.

Brazilië: Brazilië kiest op zondag 4 oktober een nieuwe president. Washington is ook met Brasilia een handelsconflict begonnen, wat het thema van Amerikaanse druk op bevriende middenmachten op het stembiljet zet.

← Vorige briefing Briefing 26 september 2026 — Het Russische betaalnetwerk liep via westerse banken Volgende briefing → Briefing 28 september 2026 — Vijf aanhoudingen bij een Britse basis die in de Iran-campagne wordt gebruikt