Briefing 28 september 2026 — Vijf aanhoudingen bij een Britse basis die in de Iran-campagne wordt gebruikt
De oorlog met Iran raakt mogelijk Europees grondgebied, Brussel zoekt een procedure tegen aanvallen onder de drempel, en in Irak komen op één datum drie deadlines samen.
Achtergrond — de lopende trends
Iran — de oorlog na het aflopen van het staakt-het-vuren: Teheran kan Amerikaanse operaties niet conventioneel pareren, en het conflict verschuift naar inlichtingenwerk en financiële druk.
Europa — de hybride campagne: sabotage, brandstichting en drones blijven bewust onder de drempel van collectieve verdediging, en Europa heeft daar nog geen gezamenlijk antwoord op.
Irak — het Amerikaanse vertrek: Washington bouwt zijn militaire aanwezigheid af terwijl de ontwapening van de sjiitische milities niet is geregeld.
Rusland — de brandstofkrapte: Oekraïense aanvallen op raffinaderijen en een eigen uitvoerverbod op diesel houden de Russische binnenlandse markt krap.
Verenigd Koninkrijk — vijf aanhoudingen bij een basis die in de Iran-campagne wordt gebruikt
Sinds het staakt-het-vuren van de zomer verliep, voert Iran een oorlog die het conventioneel niet kan winnen. De marine is uitgeschakeld, de luchtmacht is er nauwelijks nog, en de raketvoorraad is geslonken. Wat overblijft is wat kleinere staten in die positie altijd overhouden: aanvallen op de zwakke plekken van de tegenstander, ver van het eigen grondgebied.
In de vroege ochtend van 27 september hield de Britse politie vijf mannen aan op een paar honderd meter van RAF Fairford in het westen van Engeland. Daar staan Amerikaanse vliegtuigen, en vanaf die basis zijn vluchten in het conflict met Iran uitgevoerd. De mannen reden in drie witte bestelwagens; de verdenking is het voorbereiden van een terroristische daad. Plaatselijke media publiceerden beelden van een robot van de explosievenopruimingsdienst bij de voertuigen. Op 28 september maakte de politie bekend dat alle vijf de Britse nationaliteit hebben, begin twintig zijn en in Londen wonen, en dat er nog geen motief bekend is. Veiligheidsbronnen vermoeden dat de Amerikaanse B-1-bommenwerpers op de basis het doel waren en zeggen dat het te vroeg is om vast te stellen of Teheran daartoe opdracht heeft gegeven. De Iraanse ambassade in Londen wijst elke betrokkenheid "categorisch" van de hand en noemt de berichten "ongefundeerde en kwaadwillige speculatie". Trump zei dat de verdachten al langer in het vizier waren.
Hier zit de kern van de zaak in de bewijsvoering en niet in de toedracht. Er is één sterke aanwijzing, en dat is het doelwit: Iran waarschuwde Londen eerder dit jaar voor gevolgen als de Amerikanen Britse bases zouden gebruiken voor aanvallen op Iran, en Fairford is precies zo'n basis. Er zijn twee aanwijzingen de andere kant op: de verdachten zijn Britten van begin twintig uit Londen, en Teheran ontkent. Het structurele argument staat los van deze zaak. Wie militair niet kan terugslaan, houdt geheime operaties over, en dan wordt dit een oorlog tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Maar dat argument verklaart waarom Iran zoiets zou willen doen; het bewijst niet dat Iran dit heeft gedaan. Dat onderscheid is deze week het hele verhaal.
Wat dit betekent in de praktijk: Nederland heeft hetzelfde profiel als het Verenigd Koninkrijk in dit dossier, alleen kleiner: gastland van Amerikaanse militaire voorzieningen, deelnemer aan westerse besluitvorming over Iran, en een dichtbevolkt gebied vol logistieke knooppunten. Een campagne die uit geheime operaties bestaat, is niet met luchtverdediging te stoppen maar met opsporing, en dat verschuift de last van Defensie naar de AIVD en de politie. Daar komt een juridisch probleem bij. Als de daders onderdanen van het aangevallen land zijn en de opdrachtgever niet is vast te stellen, dan is er een strafzaak en geen aanval, en dan bestaat er geen mechanisme dat het land recht op bijstand geeft. Dat is precies dezelfde blinde vlek waar het volgende verhaal over gaat.
Europa — Brussel zoekt een procedure tegen aanvallen onder de drempel
Rusland voert al twee jaar een campagne tegen Europa die zich zorgvuldig onder de grens van een gewapende aanval houdt: sabotage, brandstichting, cyberaanvallen en drones boven vliegvelden. Het doel is de steun aan Oekraïne te ondermijnen en te testen hoe de NAVO reageert. Het antwoord bestond tot nu toe uit verontwaardiging en uit rapporten, want de bestaande afschrikking is ingericht op tanks en niet op brandstichters.
Op 28 september kwamen de Europese ministers van Defensie in Brussel bijeen om een voorstel van de Europese Commissie te bespreken: een nieuw noodprotocol voor de veiligheid, het Emergency Security Protocol, dat de gezamenlijke reactie moet coördineren en in werking moet treden wanneer een lidstaat wordt getroffen door agressie onder het niveau van een gewapende aanval. Eurocommissaris voor Defensie Andrius Kubilius zei tegen de Financial Times dat hybride oorlogvoering een hybride verdediging vereist, "systematisch, niet alleen reacties op het ene of het andere voorval", en dat het werk bestaat uit het harmoniseren, synchroniseren en aanvullen van wat er al is. Over de verleiding om de reactie te doseren was hij ondubbelzinnig: "Rusland escaleert, en wij moeten niet reageren met de bedoeling escalatie te vermijden. Dat levert het omgekeerde op, het moedigt de Russen aan." Het voorgestelde mechanisme lijkt op het overleg dat artikel 4 van het NAVO-verdrag in gang zet. Dat artikel is negen keer in de geschiedenis van het bondgenootschap ingeroepen, vorig jaar alleen al twee keer.
Wat er nu verandert, is de categorie van het antwoord. Dit is geen tegenmaatregel maar een drempelregel, en dat is het juiste soort maatregel. Het probleem met de campagne van de afgelopen maanden is nooit geweest dat Europa geen middelen had, maar dat een voorval zonder dader geen procedure kan starten die een dader veronderstelt. Een protocol dat begint bij de gebeurtenis en niet bij de dader omzeilt dat probleem. De rem zit in de institutionele verhoudingen: drieëntwintig landen zijn lid van zowel de NAVO als de Europese Unie, en veel daarvan wantrouwen elke Brusselse stap die aan de voorrang van de NAVO lijkt te tornen. De steun is dan ook het grootst voor de civiele kant, zoals vliegvelden beschermen tegen drones zonder militaire afzender en drinkwaterbedrijven tegen cyberaanvallen. Juist daar kan het protocol komend weekend zijn eerste echte test krijgen: Letland waarschuwt voor een golf van Russische desinformatie in de aanloop naar de verkiezing daar, en onderzoeksplatform The Insider vond Russische propagandisten die zich op Telegram voordeden als ontevreden Letten en naar schatting ruim 30 procent van de onderzochte Letse politieke en maatschappelijke kanalen in handen hadden, tegen ruim 65 procent van de Russischtalige.
Wat dit betekent in de praktijk: Voor Nederland is dit relevanter dan het lijkt, want beide voorbeelden die Brussel noemt zijn Nederlandse kwetsbaarheden: Schiphol als knooppunt dat door één drone stilgelegd kan worden, en drinkwaterbedrijven die in publieke handen zijn en digitaal niet op een aanval zijn ingericht. De vraag die Den Haag zal moeten beantwoorden, is of het meedoet aan een Europees mechanisme naast de NAVO of erop staat dat dit een NAVO-zaak blijft. Dat is een keuze tussen snelheid en zuiverheid: de NAVO-route is de hoofdweg voor militaire dreiging, maar een drone boven een vliegveld en een aanval op een drinkwaterbedrijf halen daar de drempel niet. Zolang die keuze open blijft, weet de aanvaller dat onder de drempel niets gebeurt.
Irak — drie deadlines op 30 september
Irak is sinds het begin van de Iran-oorlog het land waar de Amerikaanse en de Iraanse invloedssfeer het hardst botsen, en al maanden loopt daar de druk op zonder dat iemand kan handhaven. Aan die druk zat één datum vast: 30 september, de streefdatum voor de ontwapening van de sjiitische milities. Daar zijn er nu twee bij gekomen.
De eerste is het Amerikaanse vertrek. De volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak staat gepland voor 30 september, en de premier van de Koerdische regio waarschuwde dat dit de fout van 2011 herhaalt, toen een eerdere terugtrekking volgens veel analyses de opkomst van Islamitische Staat mogelijk maakte. De tweede is geld. De coalitie onder Amerikaanse leiding heeft de financiële steun aan de peshmerga van Iraaks Koerdistan beëindigd, meldde het regionale ministerie van Peshmerga-zaken; de overeenkomst loopt op 30 september af en Washington liet eind augustus weten haar niet te verlengen. De melding van het ministerie kwam een paar dagen nadat de Koerdische regering de peshmerga formeel onder één ministerie had gebracht en daarmee de scheiding tussen de eenheden van de KDP en de PUK had beëindigd. De timing is opmerkelijk: het geld stopt in dezelfde maand waarin het commando eindelijk één werd.
Daar komt de politieke rekening van de sanctiecampagne bij. Een hoge functionaris van het Amerikaanse ministerie van Financiën, Jonathan Burke, legde deze maand meer dan vijftig bezoeken af in het Midden-Oosten en Europa, onder meer aan Oman, de Verenigde Arabische Emiraten en Turkije, met de boodschap dat wie zaken blijft doen met Iran zijn handel met de Verenigde Staten volledig kwijtraakt. Verschillende van die landen sloten vorige week hun luchtruim voor Iraanse luchtvaartmaatschappijen. Bagdad deed hetzelfde, en dat leverde in het weekend massale protesten op waarin de regering werd verweten mee te doen aan een Amerikaanse blokkade van Teheran. Bagdad vraagt nu zelf om een uitzondering op de Amerikaanse sancties. China en Rusland doen niet aan de campagne mee.
Wat dit betekent in de praktijk: De les van deze week gaat over sancties in het algemeen en niet alleen over Irak. Een campagne die derde landen dwingt te kiezen, werkt het snelst bij de landen die het meest van Washington afhankelijk zijn, en die landen betalen daar binnenlands een politieke prijs voor. Dat is geen randverschijnsel maar de prijs van het instrument, en het is de reden dat zo'n campagne bij China en Rusland niets uithaalt en bij Irak een regering beschadigt. Voor Europese hoofdsteden die een vergelijkbaar Amerikaans verzoek nog kunnen krijgen, is dat het scenario om nu door te rekenen. En voor de olieprijs is 30 september een datum om in de agenda te zetten: als de milities niet ontwapenen en de Amerikanen wel weggaan, verdwijnt de rem op een land dat vier miljoen vaten per dag produceert.
Verder in het kort
Rusland: Poetin ondertekende op 28 september een decreet dat informatie over de Russische olie- en gasindustrie geheim maakt: productie- en raffinagecijfers, kopers, verkopers en tussenhandelaren, transport- en overslaggegevens, transactietijden en de coördinaten van olieterminals en opslagplaatsen. Dezelfde dag meldde een bron in de sector dat het uitvoerverbod op diesel met een maand wordt verlengd tot eind oktober. Een staat die zijn eigen productiecijfers en terminalcoördinaten uit de openbaarheid haalt, rekent er niet op dat de aanvallen op zijn raffinaderijen ophouden.
Oekraïne: Het Oekraïense derde legerkorps maakte op 28 september de derde fase van operatie Vivaldi bekend: vijf plaatsen ten noorden van Lyman heroverd, 51 vierkante kilometer in deze fase en 176 over de hele operatie. Interessanter dan het terrein is de methode. Oekraïne deed een schijnbeweging bij Sjandryholove en zette BTR-80's in die tot rijdende bommen waren omgebouwd, en doorbrak daarmee zware Russische stellingen. Dat die voertuigen de stellingen bereikten zonder uit de lucht te worden bestookt, wijst erop dat de Russische dronedekking eerst was uitgeschakeld.
Energie: In een vraaggesprek van 28 september verklaarde de Cambridge-hoogleraar politieke economie Helen Thompson de huidige energieschok uit de Chinese vraag en niet uit de oorlog: de bruikbare vergelijking is volgens haar de olieprijsschok van 2005-2008, en de gasschok van 2021-2022 begon met de Chinese vraag naar vloeibaar gas in het najaar van 2021. Haar structurele conclusie gaat verder: de Amerikaanse garantie voor de doorvaart door de Straat van Hormuz komt niet terug, en de Golfstaten gaan daar inmiddels van uit; zij stappen over op pijpleidingen.
Nederland: ASML-topman Christophe Fouquet waarschuwde in de Financial Times van 28 september tegen te vergaande exportbeperkingen: "Als je te veel beperkt, creëer je wanhoop. En wanhoop wekt een enorme drang om de eigen technologie te versnellen." Het argument klopt met wat er al bekend is over Chinese omwegen rond de chipregels, en het komt van het bedrijf waarvan de omzet door die regels wordt geraakt. Beide dingen zijn waar.
Handel: Washington en Peking publiceerden op 28 september de productlijsten van de tariefverlagingen uit het akkoord van vorige week, waarbij ongeveer negentig procent van de genoemde goederen het gewone tarief krijgt en chips, elektrische auto's en batterijen buiten het akkoord blijven. Over de omvang verschillen de opgaven: de ene bron rekent dertig miljard dollar per land, de andere zestig miljard dollar aan handel in totaal. Dat is vermoedelijk dezelfde orde van grootte, anders geteld. Het akkoord loopt nu tot januari.
Zuid-Korea: Seoul eiste een officiële verontschuldiging nadat Zelensky bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bekendmaakte dat zijn land twee gevangengenomen Noord-Koreaanse militairen aan Zuid-Korea had overgedragen. President Lee Jae Myung verweet Oekraïne dat het een geheimhoudingsafspraak had geschonden; Oekraïne zegt dat die afspraak nooit is gemaakt.