Briefing 3 augustus 2026 — Onderhandelen met een land zonder duidelijke leiding
Iran — onderhandelen met wie precies Europa — de Donau legt kerncentrales stil Japan — Washington koopt yen
Achtergrond — de lopende trends
Iran — de strijd om de zeestraat: Teheran bepaalt sinds juni met geweld wie er door de Straat van Hormuz vaart, en drie dagen op rij is een Amerikaanse aankondiging van een akkoord door Iran ontkend.
Iran — het regime is verdeeld: diplomaten willen onderhandelen, de Revolutionaire Garde wil de controle houden, en de Garde bepaalt op dit moment het beleid.
Europa — de zomer van de fysieke grenzen: hitte, droogte en migratie leggen deze zomer stuk voor stuk bloot waar het continent niet op gebouwd is.
Wereldeconomie — de rekening van de oorlog: hoge Amerikaanse langetermijnrentes en een zwakke yen laten zien dat de kosten van deze oorlog zich verplaatsen naar de valuta- en rentemarkten.
Onderhandelen met Iran, maar met wie precies
De Amerikaanse regering probeert al sinds juni een akkoord te sluiten dat de Straat van Hormuz weer opent. Elke ronde loopt vast op dezelfde vraag: wie mag bepalen welke schepen erdoor varen. Sinds zaterdag herhaalt zich bovendien een opvallend patroon. Washington kondigt vooruitgang aan, Teheran ontkent die binnen een dag.
Dit weekend stelde de Amerikaanse regering voor om de onderhandelingen te hervatten. Het plan dat aan Teheran is voorgelegd zou inhouden dat de zeestraat opengaat en dat Iran zijn aanvallen in de regio staakt, in ruil waarvoor de Verenigde Staten hun zeeblokkade opheffen en Iran zijn olie weer mag exporteren. President Trump zei dat de gesprekken maandag zouden beginnen, nadat hij de aangekondigde grootschalige aanvallen had uitgesteld. Iraanse staatsmedia citeerden vervolgens het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat verklaarde dat Teheran op dit moment geen onderhandelingen met de Verenigde Staten voert. Dat is de derde dag op rij waarop een Amerikaanse mededeling over een akkoord in Iran wordt tegengesproken.
Er is een verklaring die het patroon sluitend maakt, en die is verontrustender dan onwil. Iran zou een militaire raad van hoge commandanten van de Revolutionaire Garde hebben gevormd, tijdens de langdurige afwezigheid van hoogste leider Mojtaba Khamenei. Die raad zou de leiding van het land feitelijk hebben overgenomen, en er wordt in Teheran opnieuw gesproken over artikel 111 van de grondwet: de bepaling die het Assemblee van Experts de bevoegdheid geeft de hoogste leider af te zetten. Dit is één bron en het is niet bevestigd; een zoekopdracht langs institutionele bronnen leverde geen bevestiging op. Maar het past bij wat sinds eind juli uit meerdere richtingen komt, namelijk dat de Revolutionaire Garde de besluitvorming domineert. Als het klopt, onderhandelt Washington met een minister van Buitenlandse Zaken die niemand boven zich heeft die kan tekenen.
Wat dit betekent in de praktijk: Een akkoord waarvan niet vaststaat wie het namens Iran kan bekrachtigen, is geen akkoord maar een aankondiging. Dat is niet alleen een diplomatiek probleem. Ondertussen bereidt de Amerikaanse krijgsmacht zich op beide uitkomsten tegelijk voor, en die voorbereidingen zijn wél concreet. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland hebben hun aanwezigheid op de luchtmachtbasis bij Irbil in Iraaks Koerdistan binnen 72 uur teruggebracht: acht Amerikaanse Patriot-batterijen zijn naar Jordanië verplaatst, het Britse Rapid Sentry-systeem naar Cyprus, en de Britten zijn volledig vertrokken. De Koerdische autoriteiten zouden niet vooraf zijn ingelicht. Tegelijk gaan er tien extra Amerikaanse tankvliegtuigen naar de luchthaven Ben Gurion in Israël, waar er al meer dan dertig staan. Tankvliegtuigen verzamel je voor een luchtcampagne over lange afstand; luchtverdediging verplaats je naar waar je inkomend vuur verwacht. Voor Europese olie- en gasprijzen betekent dat: de kans op een akkoord én de kans op escalatie zijn deze week allebei gestegen, en dat is precies waarom verzekeraars hun premies niet verlagen.
De Donau legt de kerncentrales van twee EU-landen stil
Europa maakt zich al twee jaar zorgen over de vraag waar zijn energie vandaan komt: Russisch gas, Amerikaanse LNG, Iraanse olie via Hormuz. De vraag die deze week wordt gesteld, is een andere. Wat als de energie er wél is, maar het water om de centrales te koelen ontbreekt, en er geen kabel is om stroom te importeren.
Roemenië heeft voor de hele maand augustus de noodtoestand afgekondigd wegens teruglopende elektriciteitsproductie. De waterstand in de Donau is recordlaag. Eén kernreactor is stilgelegd, en op maandag bliezen de autoriteiten een rotsformatie op om koelwater naar de enige nog werkende reactor te leiden, een maatregel die volgens persbureau Reuters ongekend is. Bucharest onderhandelt over stroomimport uit Oekraïne, Bulgarije, Griekenland en andere buurlanden. De autofabrieken van Dacia en Ford in Roemenië leggen de productie tot 19 augustus stil en besparen daarmee zo'n 200 megawatt. In Hongarije is de enige kerncentrale van het land voor het eerst in 44 jaar stilgelegd, eveneens door de lage Donaustand; die centrale levert ongeveer een derde van de Hongaarse elektriciteit.
Premier Ilie Bolojan van Roemenië benoemde het echte knelpunt: "De problemen door de droogte worden versterkt door beperkte grensoverschrijdende verbindingen met Midden- en West-Europa. Er is weinig importcapaciteit." Dat draait de gebruikelijke Europese energiediscussie om. Beide landen hebben de centrales. Wat ze missen is koelwater en, belangrijker nog, koperdraad. Let ook op met welk buurland Roemenië over import onderhandelt: Oekraïne, waar de elektriciteitsproductie onder aanhoudende Russische aanvallen ligt.
Wat dit betekent in de praktijk: Klimaatverandering wordt hier zichtbaar als een leveringszekerheidsprobleem in plaats van als een langetermijnrisico, en dat verandert de rekensom voor de Nederlandse en Europese netbeheerders. Een Europese elektriciteitsmarkt werkt alleen als landen elkaar kunnen bijspringen, en Zuidoost-Europa hangt er met te dunne draden aan vast. De Europese Commissie heeft honderden miljarden gereserveerd voor opwekking en veel minder aandacht besteed aan interconnectie. De branden en hittegolven van deze zomer hebben Europa inmiddels meer dan 3 miljard euro gekost. Dit is geen incidentele zomer: dezelfde lage Donau- en Rijnstanden legden vorige week al de binnenvaart en de Hongaarse centrale onder druk, en de kwetsbaarheid ligt precies in de landen die het minst kunnen importeren.
Washington koopt yen, en dat is nieuw
Landen die hun eigen munt te zwak vinden, kopen die zelf op. Japan doet dat al maanden, met beperkt succes: de yen zakte naar ongeveer 160 per dollar, het laagste niveau in veertig jaar. Dat maakt alles wat Japan importeert duurder, inclusief olie, en jaagt de inflatie aan. Wat een land normaal gesproken níet doet, is de munt van een ander land opkopen.
Toch is dat wat er op vrijdag 31 juli gebeurde. Het Amerikaanse ministerie van Financiën greep in op de yenmarkt, voor het eerst in bijna dertig jaar dat Tokio en Washington samen de Japanse munt met daadwerkelijke aankopen ondersteunen. De Federal Reserve Bank of New York verkocht euro's om yen te kopen, namens het ministerie, en Amerikaanse autoriteiten hadden hierover contact met de Europese Centrale Bank. Japan zelf zou diezelfde dag tot 36,6 miljard dollar aan yen hebben gekocht, zijn eerste interventie sinds 2011. Beide regeringen bevestigden de gezamenlijke actie op maandag en zeiden niet te aarzelen opnieuw in te grijpen. De aanloop was zichtbaar: minister van Financiën Scott Bessent noemde de yen dagen eerder "sterk ondergewaardeerd", en een fotograaf van Reuters legde zijn to-dolijstje op een kabinetsvergadering vast, met één taak erop: "Japanse yen kopen, 5 tot 10 miljard dollar". President Trump zei zondag dat de VS Japan helpen als teken van vriendschap en om de wereldeconomie te steunen.
Er zitten twee raadsels in. De yen daalde geleidelijk, niet schoksgewijs, dus er was geen wanorde om te bestrijden. En waarom betaalde Washington met euro's in plaats van dollars? De meest waarschijnlijke verklaring is dat grote Japanse dollarverkopen de Amerikaanse rente verder zouden opdrijven, die vorige week al naar 5,2 procent op dertig jaar liep. Washington helpt Japan dus mede om zijn eigen obligatiemarkt te ontzien.
Wat dit betekent in de praktijk: Hiermee is de wisselkoers een instrument van bondgenootschapspolitiek geworden, en dat is een gereedschap dat vaker gebruikt zal worden. Voor Europa is dat niet neutraal: de euro's die de New York Fed verkocht, drukten de eurokoers, zonder dat een Europese regering of centrale bank daarom had gevraagd. De ECB werd geïnformeerd, niet geraadpleegd. Wie wil begrijpen hoe de macht in het geldsysteem verdeeld is, heeft hier een schoolvoorbeeld: de Verenigde Staten kunnen de munt van een bondgenoot steunen met de munt van een tweede bondgenoot, en beide moeten dat achteraf accepteren. Voor Nederlandse exporteurs en pensioenfondsen is de directe consequentie klein, maar het precedent is dat wisselkoersen voortaan ook een politiek instrument zijn en niet alleen een economische uitkomst.
Verder in het kort
Oekraïne: Het Pentagon wil naar verluidt het voorzitterschap van de Security Assistance Group opgeven, het orgaan dat de militaire steun van de NAVO aan Oekraïne coördineert. Een ander NAVO-land neemt het na een overgangsjaar over, dus na de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen.
Denemarken: Ongeveer 1.600 rekruten begonnen maandag aan de verlengde dienstplicht van elf maanden, die voor het eerst ook voor vrouwen geldt. Later deze maand gaat voor het eerst een compagnie dienstplichtigen naar Groenland, wat gezien de Amerikaanse annexatiewens politiek zwaar weegt.
Marokko en Spanje: Het dodental van de massale oversteek van migranten naar Ceuta is opgelopen tot 72. In beide landen wordt openlijk de vraag gesteld of de toeloop een politiek drukmiddel was.
Wereldhandel: Vijf maanden na de mislukte ministersconferentie in Kameroen begint in Genève een nieuw hervormingsproces voor de Wereldhandelsorganisatie. Het beroepsorgaan blijft geblokkeerd door Washington, nieuwe deelakkoorden door India, maar 66 landen inclusief de EU en China zetten hun digitale-handelsakkoord gewoon door.