Dagelijkse briefing

Briefing 31 juli 2026 — Rusland mikt op het gat in de luchtverdediging

Oekraïne — het gat in de luchtverdediging Iran — de oorlog draait om de Amerikaanse kiezer Europa — rekenkracht kopen die je niet zelf maakt

vrijdag 31 juli 2026  ·  8 min read

Oekraïne — de voorraad onderscheppers: al maanden kan Oekraïne wel drones neerhalen maar nauwelijks ballistische raketten, en de Amerikaanse voorraad raakt zichtbaar op.

Iran — de oorlog zonder eindpunt: Washington en Teheran bombarderen elkaar sinds eind juli weer dagelijks, zonder dat een van beide iets wint dat op een oplossing lijkt.

Technologie — rekenkracht als machtsvraag: sinds vorig jaar proberen de Verenigde Staten, Europa en China elk de controle te krijgen over kunstmatige intelligentie, elk via een ander deel van de keten.

Europa — de zomer van de fysieke grenzen: hitte, droogte en migratie leggen deze zomer stuk voor stuk bloot waar het continent niet op gebouwd is.

Rusland vuurt minder drones af en meer raketten, omdat dat werkt

Oekraïne is goed geworden in het neerhalen van drones. Al maanden vangt de Oekraïense luchtverdediging het overgrote deel van de Russische aanvalsdrones af. Waar het niet goed in is, en niet in kan worden zonder buitenlandse hulp, is het neerhalen van ballistische raketten: wapens die na de lancering razendsnel omhoog en weer omlaag vallen en waarvoor je Patriot-systemen nodig hebt met onderscheppingsraketten die vrijwel nergens meer te krijgen zijn. Dat is sinds begin juli het bekende zwakke punt.

Rusland heeft dat punt nu tot doelwit gemaakt. In de nacht van 29 op 30 juli vuurde het 284 drones en 74 raketten op Oekraïne af. Van die drones haalde Oekraïne er 265 neer, van de 61 kruisraketten 54 — en van de negen ballistische raketten precies één. Twintig locaties werden geraakt, zeker acht mensen kwamen om, onder wie een gezin van zes in het dorpje Radushne. Het Amerikaanse Institute for the Study of War, dat de aanvallen dagelijks telt, legt daar de maandcijfers naast: in juli vuurde Rusland tot nu toe 4.606 drones en 376 raketten af, in juni 5.749 drones en 181 raketten. Minder drones dus, ruim twee keer zoveel raketten. Voor het eerst sinds de zomer van 2025 zat er ook minstens één Noord-Koreaanse ballistische raket bij, kort na berichten over nieuwe leveringen uit Pyongyang.

Het aantal wapens was deze nacht niet uitzonderlijk. Rusland heeft dit voorjaar meermalen salvo's van meer dan vijfhonderd afgevuurd; dit waren er 358. Toch was de schade groter. Dat is precies de logica van de verschuiving: één ballistische raket die doorkomt richt meer aan dan tientallen drones die worden neergehaald. Volgens Russische militaire bloggers is de omschakeling deels afgedwongen. De Oekraïense verdediging tegen drones werd te goed, het bereik van de drones is beperkt door communicatieproblemen, en Rusland heeft veel minder raketten dan drones. Afgedwongen of gekozen, het resultaat is hetzelfde. Ondertussen zei president Trump deze week tegen de Financial Times dat hij er "niet zeker van" is of hij Oekraïne een licentie geeft om zelf Patriot-onderscheppers te maken. Dat was drie dagen eerder het belangrijkste punt op de agenda van Zelensky in het Witte Huis.

Wat dit betekent in de praktijk: De schaarste zit niet bij de raketten maar bij de onderscheppers, en de Verenigde Staten moeten die nu over twee oorlogen verdelen. Amerikaanse voorraden Patriot- en THAAD-onderscheppers zijn deze maand door de denktank CSIS geschat op minder dan de helft van het niveau van voor de Iran-oorlog. Wie ze aan Oekraïne geeft, heeft ze niet in de Golf. Voor Europa zit hier een tweede rekening aan vast die nog nauwelijks hardop wordt besproken. Het ISW meldt namelijk dat Oekraïense luchtverdediging tijdens de grote Russische aanvallen meehelpt het NAVO-luchtruim te beschermen. Een land dat zelf tekortkomt, vormt dus de buitenste ring van de bondgenootschappelijke verdediging. Verzwakt die ring, dan verkort de waarschuwingstijd voor Polen, Roemenië en de Baltische staten mee. Dat is geen abstracte solidariteit maar een concrete post op de Europese defensie-uitgaven die nog niet is ingeboekt.

De oorlog met Iran gaat allang niet meer over het slagveld

Sinds eind juli bombarderen de Verenigde Staten en Iran elkaar weer bijna dagelijks. Amerikaanse toestellen vielen op 29 juli tientallen doelen van de Iraanse Revolutionaire Garde aan, verspreid over vier provincies langs de Perzische Golf. Twee doelen vielen buiten dat patroon: een eenheid in Zanjan in het noordwesten die is opgericht om binnenlandse onrust te onderdrukken, en Bandar Anzali aan de Kaspische Zee, de haven waarlangs Russische wapenleveringen aan Iran lopen. Vrijdag zei het Iraanse leger drones te hebben afgevuurd op de Amerikaanse luchtmachtbasis Ahmad al-Jaber in Koeweit; het Koeweitse leger onderschepte ze, er was materiële schade door neervallende brokstukken en geen gewonden. Dezelfde basis werd op 22 en 24 juli ook al geraakt — dit is dus een voortzetting, geen nieuw front.

Het ISW schrijft in zijn rapport van 30 juli onomwonden op wat Iran hiermee wil, en dat is het eigenlijke nieuws. Teheran probeert niet militair te winnen. Het probeert de Amerikaanse vastberadenheid te breken door de politieke en economische prijs van de campagne op te drijven: Amerikaanse slachtoffers maken zodat de druk in eigen land oploopt, schepen aanvallen op precies de omleidingsroutes die de Straat van Hormuz moesten omzeilen, en gastlanden in de Golf duidelijk maken dat de aanwezigheid van Amerikaanse troepen hén tot doelwit maakt. Die laatste boodschap wordt actief uitgedragen: de Revolutionaire Garde verspreidt de stelling dat Amerikaanse luchtverdediging noch de eigen militairen noch het gastland kan beschermen.

Op dezelfde dag verscheen de meting die laat zien of dat werkt. Uit een peiling van persbureau AP en onderzoekscentrum NORC blijkt dat 64 procent van de Amerikanen vindt dat de oorlog met Iran het niet waard is. Het cijfer dat er politiek toe doet is een ander: van de Republikeinen keurt 61 procent Trumps aanpak van het conflict goed, tegen 71 procent een maand geleden. Elf punten verlies in de eigen achterban, met de tussentijdse verkiezingen over ruim drie maanden. Beide partijen in deze oorlog richten zich nu dus op dezelfde variabele, en die variabele is meetbaar.

Wat dit betekent in de praktijk: Voor Washington wordt escaleren militair logischer en politiek duurder tegelijk. De commandant van het Amerikaanse Centcom legde vorige week een plan voor een luchtcampagne van tien tot veertien dagen op tafel, juist omdat lanceerinstallaties vernietigen goedkoper is dan raketten onderscheppen — maar een campagne van twee weken vlak voor verkiezingen waarin de eigen achterban wegloopt, is de duurst denkbare timing. Voor de scheepvaart, en dus voor Europese brandstof- en containerprijzen, dreigt iets blijvenders. De Houthi's werken volgens een hoge Jemenitische functionaris samen met de Revolutionaire Garde aan een instantie die heffingen gaat opleggen aan koopvaardijschepen in de Rode Zee, waarmee de beweging zich als feitelijk gezag wil vestigen. Saoedi-Arabië bouwt tegelijk aan een internationale coalitie die diezelfde scheepvaart moet beschermen. Een blokkade eindigt als de oorlog eindigt; een tolheffing krijgt belanghebbenden en blijft.

Europa koopt rekenkracht die het niet zelf kan maken

Wie kunstmatige intelligentie wil beheersen, moet drie dingen hebben: de chips waarop je een model traint, de gebouwen en stroom om ze te laten draaien, en het model zelf. De Verenigde Staten proberen China al twee jaar bij de eerste laag weg te houden met exportcontroles op geavanceerde chips. Europa constateert intussen dat het van beide grootmachten afhankelijk is en probeert daar iets aan te doen. Donderdag werden op één dag drie berichten gepubliceerd die samen laten zien hoe die driedeling uitpakt.

De Europese Commissie schreef een aanbesteding uit voor maximaal zeven zogeheten AI-gigafabrieken: grote rekencentra, samen ongeveer 30 miljard euro, waarvan minstens 10 miljard uit Europese en nationale publieke middelen en minstens 20 miljard privaat. Vorig jaar waren er vijf gepland; het werden er zeven omdat de belangstelling van lidstaten en industrie groter bleek dan verwacht. Het doel is de afhankelijkheid van Amerikaanse en Chinese clouddiensten verkleinen. In de Financial Times zegt een EU-functionaris er meteen bij dat de eerste generatie op Amerikaanse chips draait: "Nvidia en AMD lopen hierin echt voorop en hebben producten die we nodig hebben als we snel iets willen bouwen." Europese processoren worden pas in fase twee verwacht.

Tegelijk publiceerde persbureau Reuters een onderzoek naar meer dan tachtig Chinese wetenschappelijke artikelen en octrooien. Daaruit blijkt dat Chinese militaire onderzoekers de antwoorden van Amerikaanse AI-modellen van OpenAI en Anthropic gebruiken om eigen defensiesystemen te trainen. De techniek heet destillatie: je laat een krachtig model heel veel vragen beantwoorden en traint met die antwoorden een kleiner, gespecialiseerd model dat lokaal draait, zonder de enorme rekenkracht die je nodig hebt om er zelf één vanaf nul te bouwen. Volgens Reuters, dat put uit onderzoek van de Amerikaanse Jamestown Foundation, gebeurt dit op grote schaal bij instellingen die banden hebben met het Chinese Volksbevrijdingsleger. Peking wees eerder deze maand vergelijkbare beschuldigingen van de hand. Dit is één bron, en de artikelen tonen gebruik van modeluitvoer aan, geen werkend wapensysteem.

Wat de twee berichten samen laten zien, is dat elke speler een andere laag van dezelfde keten in handen heeft. Amerika controleert de chips, maar niet wat er uit een getraind model komt — daarvoor volstaat toegang tot de dienst en een bescheiden computer. Europa kan de gebouwen en de stroom kopen, maar niet de chips. China kan de chips niet kopen, maar wel het gedrag kopiëren. Niemand bezit genoeg van de keten om werkelijk zelfstandig te zijn, terwijl alle drie de partijen dat woord gebruiken.

Wat dit betekent in de praktijk: De Europese miljarden kopen iets echts, maar iets anders dan het etiket suggereert. Ze bepalen wáár de rekenkracht staat en onder welk rechtsstelsel die valt, en dat is bij een conflict geen kleinigheid. Ze bepalen niet wat die rekenkracht kan. Dat de vijf gigafabrieken er zeven werden omdat de vraag groter was dan verwacht, is het eerste harde signaal dat Europese bedrijven hier ook werkelijk om vragen in plaats van dat Brussel het aanbiedt. Het Reuters-onderzoek verschuift ondertussen de hele discussie over exportcontroles. Als capaciteit weglekt via de antwoorden van een model en niet via de chips, dan regelt het huidige beleid het verkeerde. De maatregelen die daaruit volgen, zoals toegang beperken per land of verplichte markeringen op modeluitvoer, treffen vooral openbaar beschikbare modellen. En dat is nu net waar China voorop loopt. De strijd zal dus eerder gaan tussen open en gesloten modellen dan tussen Washington en Peking.


Verder in het kort

Gaza: Amerikaanse functionarissen melden dat Hamas en andere Palestijnse groepen akkoord zijn met een plan om te ontwapenen en de macht in Gaza op te geven, op voorwaarde dat Israël zich terugtrekt. Trump noemt het historisch; de voorzitter van de betrokken commissie zegt dat het aankomt op controle en uitvoering. Nieuw is dat ontwapening en terugtrekking voor het eerst openlijk aan elkaar gekoppeld zijn in plaats van elkaar te blokkeren. Op de grond is nog niets veranderd, en beide bronnen die erover berichten zijn uitgesproken sceptisch.

Ceuta: Tussen de 49.000 en 60.000 migranten staken in ongeveer een etmaal over van Marokko naar de Spaanse enclave Ceuta, een stad met 84.000 inwoners. Spanje stuurde het leger; premier Sánchez noemde het een schending van de Spaanse territoriale integriteit. Het aantal doden loopt in de berichtgeving sterk uiteen, van maximaal vijftien tot 41, en die tegenspraak is niet opgelost. Italië overweegt het vrije verkeer vanuit Spanje te beperken, wat van een grensincident een Schengen-vraagstuk maakt.

Verenigde Naties: De eerste proefstemming van de Veiligheidsraad over de opvolger van secretaris-generaal Guterres is uitgelekt. Rebeca Grynspan uit Costa Rica leidt met tien stemmen voor en één tegen, gevolgd door Rodrigues uit Guyana en IAEA-chef Grossi uit Argentinië. Wie tegen stemde is nog geheim. De winnaar erft een organisatie waarvan de kernbegroting kleiner is dan die van de politie van New York en waarbij de Verenigde Staten bijna vier miljard dollar achterstallig zijn.

IJsland: Op 29 augustus stemt IJsland over het hervatten van de toetredingsgesprekken met de EU, die sinds 2013 stillagen na ruzie over visserij. Een peiling geeft 53 procent voor tegen 47 procent tegen. Brussel zou er zijn eerste makkelijke kandidaat in jaren aan hebben: rijk, stabiel, al lid van de interne markt en van Schengen. Het IJslandse debat gaat echter over vis en de euro, niet over veiligheid.

Graanprijzen: Tarwe werd in juli meer dan tien procent duurder, de sterkste maandstijging sinds 2024, doordat aanvallen de export uit het Zwarte Zeegebied verstoren. Die regio levert ruim een kwart van de wereldhandel in tarwe en bijna twee derde van de zonnebloemolie. Rusland overweegt graanschepen te bewapenen met machinegeweren en mobiele raketwerpers.

Stille Oceaan: Een Chinese onderzeeër vuurde op 6 juli een ballistische raket met een nagebootste kernkop 7.300 kilometer ver, tot in de kernwapenvrije zone van de Zuidelijke Stille Oceaan. Technisch een succes: het toont dat China ook na een eerste klap kan terugslaan. Politiek was het een misrekening, want Tuvalu, Vanuatu, Palau en de Salomonseilanden spraken zich uit tegen de proef. Australië is inmiddels de grootste geldschieter van de regio, met 1,5 miljard dollar in 2024 tegen ongeveer 91 miljoen per jaar van China.

← Vorige briefing Briefing 30 juli 2026 — Russische kruisraket ontploft in Polen Volgende briefing → Briefing 1 augustus 2026 — Iran en de VS dreigen met elkaars olie-installaties